Het was geen verrassing maar desondanks toch een hard gelag. Hanzevast Capitals al in de eerste ronde van de play-offs exit. Doorgaans kan ik winst en verlies in de sport op zijn merites beoordelen, maar dit keer schijnt de teleurstelling van mijn gezicht af te lezen zijn geweest. Tijdens de persconferentie na afloop van de sof tegen de Astronauts. Radio Noord-anchorman sprak mij daags daarop ietwat vermanend aan. Hij verweet me supportersgedrag.
Vooropgesteld, ik heb wat met Donar. Al sinds 1969 toen ik als beginnend sportjournalist Donar mocht doen. Het was toen nog een Vindicat-club die dank zij een unieke verzameling van talent (Jan Loorbach, Ton Nederhoed, Jan Kamman, Hans Lesterhuis, Jan Houwing, Wim Koning, Leo Wubbolt en coach Bruin) in de ACLO-hal van het universiteitssportcentrum Paddepoel de eredivisie bereikte. En dat als studentenclub. Zeer bijzonder. Dat gaf mij een warm, noordelijk gevoel van binnen.
Niet veel later was de afscheiding van Vindicat, het elitaire studentencorps, een feit. Ging Donar professionaliseren. De chirurg Karel Bakker zorgde voor een absoluut meesterwerk. Hij stuntte met het binnenhalen van Nationale Nederlanden als hoofdsponsor. Een fantastische primeur destijds. Bovendien kreeg de bouw van de Evenementenhal zijn beslag en op slag werd Groningen smoorverliefd op basketbal. Tot op de dag van vandaag.
Geen plaats in Nederland waar basketbal meer leeft dan in Groningen. Daar zijn we als Groningers best trots op. Alleen kunnen we die ongeevenaarde positie op de een of andere manier niet verzilveren met prijzen. Twee titels sinds 1973 en een beker. Dat houdt niet over. Waarom worden in Den Helder, Amsterdam en natuurlijk Den Bosch gemakkelijker prijzen binnengehaald dan in Groningen?
Het ligt in elk geval niet aan het geld. Dat is veelal royaal aanwezig geweest. Nationale Nederlanden was een voorbeeldsuikeroom. Zeer trouw en ook een en al goedertierendheid. Ook de huidige soponsor, die straks een decennium lang de commerciele kar trekt, mag wat mij betreft in de Hall of Fame die er hoognodig eens moet komen.
Desondanks, stel ik vast, zijn hun investeringen maar karig beloond. Tot dusver elk een kampioenschap. Na het dramatisch echce van dit seizoen is het daarom ook eens hoog tijd voor een gedegen onderzoek in de eigen gelederen. Zelfreflectie zoals dat tegenwoordig heet. Met als centrale vraag: Waarom winnen ‘we’ zo weinig. De hele club zou van van boven tot onder en van links naar rechts eens grondig moeten worden doorgelicht.
Is er een wel een onvoorwaardelijke topsportmentaliteit? Haalt iedereen binnen de club wel het beste uit zich naar boven en wat kan er worden gedaan om de enorme potentie die de club in Noord-Nederland heeft, optimaal te benutten?
Want met teveel vrijblijvenheid kom je tegenwoordig niet ver meer. Niet alleen de spelers en coaches moeten alles uit de kast halen om de top te bereiken, dat geldt ook voor de leiding, medewerkers, vrijwilligers en supporters.
Zelf zou ik graag zien dat er, om te beginnen, een retrohuisstijl wordt ingevoerd. Dus gebaseerd op het klassieke Donar. Dat begint bij het tenue: groene shirts en rode broeken (away precies andersom). Tegelijkertijd moet de hoofdsponsor vriendelijk worden verzocht mee te gaan in dit verhaal zodat de naam Donar ook officieel weer terugkeert. Niet professioneel, zou de sponsor zeggen? Als er goed wordt door gedacht, zeker wel. Immers, Donar verenigt krachten die er toe doen. Ter meerdere glorie van de sponsor(s). En dan hoeven we in de Volkskrant ook niet meer te lezen dat Groningen heeft gespeeld, maar Donar. In het verlengde hiervan moeten alle stromingen binnen, maar ook buiten de club weer socialiseren. Dat wil zeggen een minder stringente scheiding tussen upper- en lowerclass. Ik denk aan de gezellige foyer in de voormalige Evenementenhal, de perfecte ontmoetingsplaats na afloop voor spelers (ook die van de tegenpartij), supporters, sponsors, journalisten, scheidsrechters en wat dies meer zij. Een heerlijke melange van sportliefhebbers die niet alleen voor de wedstrijd komen, maar ook kunnen genieten van de derde helft. De businesslounge is best wel mooi te nomen, maar werkt averechts op het ‘gewone’ volk. Dat krijgt het idee dat ‘Donar’ vooral van de kanpitaalverstrekkers is. Natuurlijk, zij zijn onmisbaar maar dat betekent niet dat je je ‘geestelijke’ achterban, van wie er velen uit en thuis van de partij zijn, moet verwaarlozen. Donar is van ‘ons allemaal’, althans behoort dat te zijn.
In het verlengde hiervan verdient het aanbeveling de communicatie met de achterban (aanmerkelijk) te verbeteren. Die is de laatste tijd ver onder de maat en dat werkt zeker geen synergie tussen de diverse geledingen. Tot voor kort weigerde de voorzitter (Van de Weijer in dit geval) zelfs de hoogte van de begroting niet prijs te geven. Iets dat in de professiolnele sport toch heel normaal is. Zelfs voetbalclubs geven die prijs. Dat soort informatie achterhouden getuigt van weinig respect voor je achterban. En ja, de club is toch echt niet van het bestuur, al doet dat z’n uiterste best om dat uit te dragen.
Ook richting pers is het een en al angsthazerij. Wat dat betreft zou Donar eens een voorbeeld moeten nemen aan het modale voetbalclub als de BV Veendam. Daar wordt zelfs de post spelerssalarissen (collectief) geopenbaard, zodat men weet waar het geld blijft. Dat schept duidelijk en, ook niet onbelangrijk, kweekt vertrouwen. Een kundige pr-man is derhalve geen overbodige luxe.
Ook het communiceren richting sponsors en businessclubleden behoeft verregaande verbetering, zoveel is mij wel duidelijk geworden aan de hand van diverse gesprekken met BCD-leden.
Ook zal er nou eens een topman moet worden aangesteld waar het gaat om het acquireren van nieuwe sponsorbronnen. Daar mag best een fikse post op de begroting voor worden vrijgemaakt. Zo’n investering zal dan zeker lonend zijn op de lange duur.
Tot slot kom ik nog even terug op de door Henk Kok vermeende frustratie bij mij. Dat hij die bij mij aantrof, klopt ook wel. Alleen gold mijn teleurstelling niet zo zeer Donar, als wel Het Noorden. Wij zijn al te vaal het lulletje rozewater van het land. Als we een keer het beste van het beste (publiek, ambiance, geld en hal) in huis hebben, moet je dat ook laten zien. Niet een keer, maar bij herhaling. Nu lacht basketballend Nederland ons weer heimelijk uit. Wordt er gezegd en gedacht: Die domme Groningers willen wel wat, maar ze kunnen het gewoon niet. Ik voel me verre van een achtergestelde noorderling, maar vind wel dat we onze kansen moeten grijpen als die er zijn. Ambitie, passie en wilskracht, dat zou ik in deze regio wat meer willen zien. En niet de berusting van Henk Kok, die het afserveren van Donar niets deed. Ik ga niet mee in die rolbevestigende berusting (Het Noorden moet zijn plaats kennen). Donar is een prachtig instrument waarmee je je als Stad en ommeland kunt profileren.
Waarom zouden we dat dan nalaten?