Rood voor Vole

Apart op Internet is, nu ik Vutter ben, een tijd lang niet meer actief geweest. Maar het bloed kruipt….

Dus maak ik mijn rentree als blogger. Met dank aan Vole, die zo langzamer onuitstaanbaar irritante club van een handjevol beroepszeikerds die zich maar blijft verzetten tegen het verlengen van een start- en landingsbaan op Groningen Airport Eelde.

Wat, als deze lui zo’n 150 jaar eerder waren geboren? Nou, dan hadden we het hier ook zonder hoogwaardige spoorlijn (naar de randstad) moeten doen. Want ja, al die treinen maken ook herrie en ja, door zo’n spoorlijn moest menige salamander het veld ruimen. Als die Volenaren er toen waren geweest, hadden we het hier nog met de postkoets moeten doen.

 

    

27 November 2009
By on 18:58
Help, Capitals verzuipt!!! (2)

Een week geleden luidde ik op deze plaats de noodklok over Donar, zoals een rechtgeaarde Groninger basketbalfan Capitals behoort te noemen.

Inmiddels heb ik hulp gekregen, van Alexander Knops. Hij is vorige week opgestapt als commerciele voorman, meldt collega Paul Zweverink vandaag in onze krant, Dagblad van het Noorden. Hij wil zich niet meer associeren met collega-bestuursleden die volgens hem incompetent zijn om een club als Donar op te stuwen in de vaart der basketbalvolkeren. Wat Knops allemaal onthult, liegt er niet om. Wie al zijn dodelijke kritiek tot zich wil nemen, wende zich tot onze sporttabloid. Lees en huiver. In het kort komt het er op neer dat het bij een zich als profclub profilerende organisatie een amateuristische boel is. Capitals, Donar dus, wordt incompetent geleid. Dat wist ik, zoals u in mijn vorige weblog hebt kunnen lezen, al wel maar het wordt nu ook eens vanuit de (bestuurlijke) keuken bevestigd.

Hulde daarom aan Alexander Knobs, die eindelijk eens de knuppel in het hoenderhok durft te gooien waar anderen hun kaken stevig op elkaar hielden uit vrees voor ‘vervelend gedoe’. Zoals de penningmeester die begin dit seizoen zijn biezen pakte omdat er onverantwoord veel geld over de balk werd gegooid zonder zijn medeweten. En zoals leden van de BBC (de businessclub), ex-bestuursleden en mensen die elders afknapten. Ook nu noem ik hun namen niet, maar ik vind wel dat deze ‘zwijgers’ hun club geen goede dienst bewijzen met hun struisvogelpolitiek. Alleen vanwege hun angst om (tijdelijk) verzeild te raken in, zoals dat dan heet, een beetje negatieve publiciteit. Beter zou het zijn als deze mensen ook eens, a la Alexander Knops, ruggegraat tonen. Niet voor ons persmensen, maar voor DE CLUB. Want alleen door verkeerde dingen te benoemen, kan worden voorkomen dat ‘we’ weer eens naar de de mallemoer gaan met Donar. Daarom is de achterban alleen maar gediend met openheid en kritische noten als de tijd daarvoor rijp is. Verstoppertje spelen helpt niets. 

Wat ik ook niet begrijp is dat bestuursleden maar blijven zitten op hun pluche ook als ze drommels goed weten dat de zaak niet loopt. Wat heeft dat nou voor zin? Ze hebben er niet alleen zichzelf mee (slecht voor je cv, lijkt me toch), maar bovenal die duizenden mensen die Donar in hun hart hebben gesloten. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn van een zichzelf respecterende bestuurder. Wie wil nou op zijn geweten hebben dat hij/zij een club richting ratsmodee drijft? Dan kun je toch op een bepaald moment beter tot de conclusie komen dat je missie tot mislukken is gedoemd en dat je, IN HET BELANG VAN DE CLUB, anderen de eer (en de kans) moet gunnen. Vooral ook omdat bij de huidige bestuurders, die drukke banen hebben, de nodige tijd ontbreekt om adequaat te besturen. Dat is tegenwoordig echt dagwerk en als je andere, drukke banen hebt moet je niet bij een topsportorganisatie aan de slag (willen) gaan. Dat werkt contra-productief.

Het is inmiddels vijf voor twaalf. Het beste is als de procedure voor een nieuwe directeur, die in haar eindstadium schijnt te zijn, terstond wordt ‘bevroren’. Een professional helpt niet, is een druppel op een gloeiende plaat.

Ik heb al bij herhaling op deze plaats betoogd dat de club in de toekomst het best gebaat is bij vier professionals die voor weinig geld hun ziel en zaligheid in Donar leggen. Mensen die het voor het geld niet hoeven te doen, die financieel onafhankelijk zijn en puur uit liefde (en eventueel een relatief kleine onkostenvergoeding) voor Donar en Groningen met dit potentiele ‘topproduct’ dat Donar toch is, aan de slag gaan.

Zijn die er dan?

Ja hoor! Er is bijvoorbeeld een zeer bekwame dame die graag de voorzittershamer zou willen hanteren. Ik noem ook hier geen naam, maar laat ik haar de ‘barones’ noemen. Ze is een een echte diehard, zit altijd met een Donarspeldje op haar mantelpakje op de tribune en weet zakelijk van wanten. Ik acht haar in staat dit gestrande schip weer los te trekken. De ‘barones’ staat ook te popelen maar niet tegen elke prijs. Ze wil alleen aantreden als ze schoon schip mag maken en zelf haar staf mag samenstellen. Ze heeft een sterke financiele man in de aanbieding, een commerciele hot shot en iemand die beleid en visie met inspirerende ideeen injecteert. Plus een interessant (sponsor)netwerk 

Kortom, de nieuwe ‘machtshebbers’ staan klaar. Het wachten is op coupplegers. Die kunnen niet ver meer weg zijn nu Alexander Knops de lont in het kruitvat heeft gestoken. Wie zijn verhaal leest en het goed voor heeft met Donar, kan niet anders dan op de barricaden klimmen.

Het kan toch niet zo zijn dat minder dan een handvol bestuurders een hele club ‘in gijzeling’ kan houden? Rest die interessante vraag van wie zo’n club nu eigenlijk is, van de supporters of van willekeurige passanten die bestuursleden heten?

Wordt ongetwijfeld vervolgd.               

      

         

            

13 January 2008
By on 23:24
Help, Capitals verzuipt!!!

Tja, ik moest maar weer eens iets op mijn web-log schrijven. Zei men. Als het even kan over Hanzevast Capitals. Men is benieuwd hoe ik er over denk en men mist mijn opinierende stukjes in de krant. Men weet ook wel waarom. Ik zou met iets bezig zijn bij ‘Donar en daarom zou ik me stil houden’. Ach ja, waarom ook niet?

De realiteit is toch iets anders. Op de sportredactie van het Dagblad van het Noorden zijn afsprasken gemaakt over de verslaggeving van clubs c.q. sporten. Hij/zij die de krant een beetje goed leest weet dat bijvoorbeeld mijn collega’s Jan Mennega en Henk Mulder FC Groningen doen, dat peter Homan Nic. en DOS’46 voor zijn rekening, Jaap van BVrummelen E & O in zijn prtefeuille heeft, Peter Hansen Lycurgus, Martin Messing en Paul Bosman Veendam en Emmen en Harm Vonk schaaten en wielrennen doet.

Ikzelf heb als senior-verslaggever een vrije rol, spring bij waar mogelijk. En jawel, dat doe ik ook zo nu en dan over Donar. Simpelweg omdat ik bij deze club kranttechnisch gezien de tweede viool speel. Met veel plezier trouwens, laat daarover geen misverstand bestaan. Ik heb al vaker op deze plek geschreven: Donar heeft een warm plekje in mijn hart sinds ik die club in 1969, ten tijde van de bestorming van de nationale basketbahemel door jongens als Jan Loorbach, Ton Nederlhoed en Jan Kamman, ben gaan volgen.

Dat ik de laatste tijd niets kritisch meer over Donar schrijf heeft niets te maken met zogenaamde ‘andere zaken’ als wel met het feit dat Paul Zweverink de laatste tijd geen gat meer laat vallen. Zo simpel kan het soms zijn. Ik kom vanzelf weer aan de beurt. Geduld is een schone zaak mensen.

Maar nu ik op deze plaats toch bezig ben, kan ik u wel zeggen dat de toekomst van Hanzevast Capitals mij zorgen baart. Via mijn welingelichte kringen word ik van inside information voorzien en op basis daarvan kan ik niet anders concluderen dat we met het basketbal in Groningen in een (verontrustende) neergaande spiraal zijn terechtgekomen. Dat wordt op het veld heel aardig verbloemd en dat is maar goed ook, want het huidige team heeft de sleutel in handen om weer in een positieve flow terecht te komen. Een landstitel en…..

Maar dan zal er toch flink wat aan de organisatie moeten worden gesleuteld. Daar is het bestuur ook wel mee bezig, maar het schiet maar niet op. Terwijl in deze periode al weer het seizoen 2008-2009 begint, als u begrijpt wat ik bedoel. Voorzitter Jan Rijpstra had ons medio vorig jaar beloofd dat de organisatie er voor de start van de huidige competitie zou staan, maar niets is minder waar. Dat is het ergste nog niet. Meer zorgen baart mij de gestaag afnemende geldstroom bij de club. Interim-directeur Wiertsema plande voor dit jaar een budgetgroei van twintig procent. Dat getal zou nog wel kunnen kloppen, zij het dat het niet om groei gaat maar om devaluering. En dat terwijl clubs als Den Bosch en Amsterdam wel financieel meer armslag krijgen. Nogmaals, momenteel is dat groeiende verschil op het veld nog niet te zien, maar dat zal in de toekomst wel gebeuren als er niet snel wat gebeurt in Groningen.

Om in deze competitie te kunnen wedijveren met Den Bosch en Amsterdam is een greep in de reserves gedaan. Zulke dingen doe je eenmalig, als de nood hoog is. Maar nu dat geld opgesoepeerd is, kan dat geen tweede keer. Zoals het er nu naar uitziet, zal er volgend seizoen een flink moeten worden ingelevcerd op het teambudget. De gevolgen laten zich raden: een minder competatief team zal het op moeten nemen tegen clubs die wel meer geld hebben te besteden. Ook dat effect is voorspelbaar. Mindere prestaties en dus ook minder publiek en nog weer minder sponsors. Ook dit jaar hebben veel sponsors afgehaakt en dreigt het seizoen met rode cijfers te moeten worden afgesloten. Zo gaat Jantje (Donar in dit geval) naar de bliksem toe…

Kortom, er moet snel wat gebeuren. Ik prefereer het FC Groningen-model: een driehoofdige leiding die 24 uur per dag met de club bezig is. Zijnde een algemeen directeur, een financieel directeur en een technisch directeur.  Ze worden ondersteund door een even gedreven als bekwame commercieel manager die het nodige geld moet genereren om de race met Amsterdam en Den Bosch vol te kunnen houden. Dat hoeven per se geen dure jongens te zijn. Ik ken bekwame mensen die dit voor een habbekrats willen doen, ter meerdere glorie van het Groninger basketbal.

Het wordt in de toekomst het kapitaal van Pieper en Kurvers (c.q. Amsterdam en Den Bosch) versus de massa (het publiek en een hele brede kring van sponsors en BBC-leden) van Groningen. Dit karwei kan alleen worden geklaard door fulltimers en niet door goedwillende mensen die vooral andere zaken in hun agenda’s hebben staan. Simpelweg omdat ze elders hun brood moeten verdienen. Een razendsnelle professionalisering van Donar is gewenst. Misschien dat we dan ook nog een coach als Pep Claros kunnen behouden. Hij is zich een hoedje geschrokken van de manier waarop in Groningen professioneel basketbal wordt gespeeld. Bij onveranderd beleid is het: "’Die zien we niet meer… terug." Dag continuiteit.

Tot zover eerst maar weer. Hopelijk wordt men nu, met mij, ook ongerust.

            

   

6 January 2008
By on 23:49
Albert van der Ark spreekt

Afgelopen week belde Albert van der Ark mij. Hij wilde, nu hij het Capitals-team voor komend seizoen op de rails heeft gezet, zijn ei wel eens kwijt over allerhande zaken die de afgelopen maanden bij de basketbalbalclub speelde. Kortom, het was de hoogste tijd voor een exclusief interview met Dagblad van het Noorden, in casu ondergetekende.

De weerslag van het gesprek met het opgestapte bestuurslid technische zaken kunt u later deze week lezen in de krant. Ik wil u er alleen maar even attent op maken. Bovendien kan ik Van der Ark blindelings vertrouwen. Hij is van het type een man een man – een woord een woord. Dus ben ik in het geheel niet bang dat andere media met het verhaal Van der Ark aan de haal gaan en Dagblad van het Noord naar haar exclusiviteit kan fluiten.

Een tweede reden om het Grote Van der Ark-interview van te voren aan te kondigen is dat de weerslag van ons gesprek verre van volledig in de krant afgedrukt kan worden. Dan ben ik wel twee volledige pagina’s nodig en dat is, althans voor een dagblad, buiten alle proporties. Via dit weblog zal ik een tipje van de sluier oplichten en kan ik hier tekst kwijt die de krant niet zal halen.

Getweeen hebben we urenlang op het schitterend gelegen terras van Va der Ark’s huis in Groningen-Zuid over Hanzevast Capitals gesproken. Nou ja, over Donar dus. Want Van der Ark is een 24-karaats Donarman. De club zit in zijn hart opgesloten. Albert van der Ark eet, drinkt en ademt Donar. Tot de dood hen scheidt.

Daarom is ook nog altijd bijzonder actief voor de Groninger basketbaltrots. Hij wilde geen afscheid nemen met sofseizoen. Als hij uberhaupt afscheid zal nemen. Want Albert blijft zich ook in de toekomst inzetten voor Donar, dat staat wel vast. Toto eind oktober zal hij de nieuwe coach Pep Claros intens begeleiden bij diens eerste stappen in Stad en Ommeland. En wat er daarna gebeurd is nog onzeker, maar ik sluit niet uit dat Albert op een of andere manier betrokken blijft bij een van de vlaggenschepen van de Groninger sport. Er zijn opties, maar daarover kan ik verder niets zeggen op deze plaats. Want niet alles wat hij mij vertelde, mocht in de krant. Zo ook wilde hij geen mensen binnen de organisatie beschuldigen. Alles wat de club nu nodig heeft, drukte hij me op het hart, is rust in de tent.

Maar Albert van der Ark is er figuur niet naar om zich zonder slag of stoot gewonnen te geven. Hij heeft in elk geval nog een Grote Droom. De Dondergod van de Martinitoren laten abseilen met in zijn hand de kampioensschaal die hij op het bordes, ten overstaan van 15.000 mensen, aan Groningens sportwethouder Jose van Schie overhandigt. Albert van der Ark zal daar zeker niet bij gaan staan. Hij zal kiezen voor een onopvallend hoekje in de coulissen, waar hij een traantje weg zal wegpinken. Die drive, het terughalen van het landskampioenschap naar de basketbalstad van Groningen, heeft hem bij Capitals aan de slag gehouden.

Hij rust niet eerder voordat zijn onvoorwaardelijke liefde voor Donar op de enig passende manier wordt beloond, met het vieren van het Nederlands kampioenschap. Dat zal geen gemakkelijk karwei zijn, beseft hij zich terdege. Zeker nu Eiffel Towers en Astronauts dank zij de miljonairs Erik Kurvers (Den Bosch) en Roel Pieper (Amsterdam) momenteel aanzienlijk meer hebben te besteden dan zijn Donar. Maar, weet Van der Ark, budgetten zijn niet allesbepalend in de sport. Chemie is zeker zo belangrijk. En daarom heeft hij de afgelopen maanden met coach Claros naar spelers gezocht die het gebrek aan puur basketbaltalent ten opzichte van Eiffel kunnen neutraliseren.

Van der Ark is trots op wat hij komend seizoen op de buhne van Martiniplaza kan brengen. Bijna allemaal spelers die uit hoger ingeschaalde competities hebben gespeeld, zoals de Duitse Bundesliga, Belgie en Oekraine. Met dank aan Nijmegen, dat te weinig geld heeft voor internationaal basketbal en waardoor Donar onverwachts een ticket voor de veel geprezen ULEB Cup in handen kreeg. Dat bleek de sleutel voor de samenstelling van dit team. Had Nijmegen haar hogere klassering verzilverd, dan zou Donar er aanzienlijk minder florissant hebben voorgestaan.

In ons gesprek werd ook duidelijk dat Van der Ark, hoewel hij demissionair was, de afgelopen maanden simpelweg de man was waar het om draaide bij Donar. Hoewel opgestapt, was zijn inzet onveranderd groot en intens. Minimaal vijf uur per dag (en niet zelden wel tien uur) was hij bezig met het recrutreren van spelers, reisde hij met Claros half Europa door, keek hij met hem tot diep in de nacht spelersbanden en offerde hij zijn vakantie met het gezin in Amerika grotendeels ten faveure van zijn jacht op goede spelers. Herhaaldelijk ontvluchtte hij, vanwege het tijdsverschil, midden in de nacht zijn hotelkamer om op de gang met agenten en Claros te bellen. Toen hij daarmee afgelopen vrijdag, nadat zeer alert had gereageerd op het faillisement van Royal Atomic Brussels, zei hij tegen Pep: "Now it’s up to you’.

Het afgelopen seizoen, dat hij als bijzonder frustrerend heeft ervaren, moet zo snel mogelijk worden vergeten. Hij behoedt zich voor natrappen jegens Ton Boot, maar de samenwerking met Pep Claros heeft hij tot nu als zaligmakend ervaren. Waar Boot Van der Ark alleen op spelersjacht stuurde en maar moest afwachten hoe ze in het pulletje van de coach vielen, is hij nu samen met de nieuwe coach de boer opgegaan. Sterker nog: Claros kwam met zijn gigantische netwerk elke dag met acht tot tien nieuwe namen op de proppen. En elke nacht zat in zijn Spaanse huis tot vier uur in de nacht naar dvd-tjes van allerlei wedstrijden te kijken. Ook heeft hij het accent gelegd op spelers die bij elkaar passen. Van der Ark: "Maar daar wil ik achteraf niet over zeuren over de werkwijze van Boot. Ik ben er mee akkoord gegaan, klaar!"

Claros is anders dan Boot, maar ze hebben tochj overeenkomsten. Beiden zijn zeer nauwgezet, laten niets aan het toeval over. Met Claros op de bok zal er ook een heel nieuwe type basketbal in Groningen worden gespeeld. Volgens Van der Ark zijn de voornaamste kenmerken hiervan: intens, fysiek en tactisch. De hele wedstrijd full court press. Daarom hebben gezicht naar krachtige, atletische en mentaal geharde spelers. Echt Spaans basketbal. En dat is momenteel, weet Van der Ark, het beste van het beste momenteel. Niet voor niets is Spanje de regerend wereldkampioen. En net als alle andere Spaanse basketbalspecialisten verafschuwt Claros het NBA-basketbal, te showy en vrijblijvend van aard.

En zo kwamen er nog tal van andere zaken aan de orde. Maar die zijn voor later, in de krant. Ik besluit op deze plaats met een veelzeggend citaat van Albert van der Ark. "Ik hoop dat, als ik komend seizoen in de hal van Zwolle, Bergen op Zoom of waar dan ook in het land zit, het Sta op als je voor Donar weer klinkt en dat dan de helft van de mensen in de zaal gaat staan. Dat is mijn ultieme genoot."

Wordt dus vervolgd, binnenkort in Dagblad van het Noorden

14 August 2007
By on 13:44
Donar

Het was geen verrassing maar desondanks toch een hard gelag. Hanzevast Capitals al in de eerste ronde van de play-offs exit. Doorgaans kan ik winst en verlies in de sport op zijn merites beoordelen, maar dit keer schijnt de teleurstelling van mijn gezicht af te lezen zijn geweest. Tijdens de persconferentie na afloop van de sof tegen de Astronauts. Radio Noord-anchorman sprak mij daags daarop ietwat vermanend aan. Hij verweet me supportersgedrag.

Vooropgesteld, ik heb wat met Donar. Al sinds 1969 toen ik als beginnend sportjournalist Donar mocht doen. Het was toen nog een Vindicat-club die dank zij een unieke verzameling van talent (Jan Loorbach, Ton Nederhoed, Jan Kamman, Hans Lesterhuis, Jan Houwing, Wim Koning, Leo Wubbolt en coach Bruin) in de ACLO-hal van het universiteitssportcentrum Paddepoel de eredivisie bereikte. En dat als studentenclub. Zeer bijzonder. Dat gaf mij een warm, noordelijk gevoel van binnen.

Niet veel later was de afscheiding van Vindicat, het elitaire studentencorps, een feit. Ging Donar professionaliseren. De chirurg Karel Bakker zorgde voor een absoluut meesterwerk. Hij stuntte met het binnenhalen van Nationale Nederlanden als hoofdsponsor. Een fantastische primeur destijds. Bovendien kreeg de bouw van de Evenementenhal zijn beslag en op slag werd Groningen smoorverliefd op basketbal. Tot op de dag van vandaag.

Geen plaats in Nederland waar basketbal meer leeft dan in Groningen. Daar zijn we als Groningers best trots op. Alleen kunnen we die ongeevenaarde positie op de een of andere manier niet verzilveren met prijzen. Twee titels sinds 1973 en een beker. Dat houdt niet over. Waarom worden in Den Helder, Amsterdam en natuurlijk Den Bosch gemakkelijker prijzen binnengehaald dan in Groningen?

Het ligt in elk geval niet aan het geld. Dat is veelal royaal aanwezig geweest. Nationale Nederlanden was een voorbeeldsuikeroom. Zeer trouw en ook een en al goedertierendheid. Ook de huidige soponsor, die straks een decennium lang de commerciele kar trekt, mag wat mij betreft in de Hall of Fame die er hoognodig eens moet komen.

Desondanks, stel ik vast, zijn hun investeringen maar karig beloond. Tot dusver elk een kampioenschap. Na het dramatisch echce van dit seizoen is het daarom ook eens hoog tijd voor een gedegen onderzoek in de eigen gelederen. Zelfreflectie zoals dat tegenwoordig heet. Met als centrale vraag: Waarom winnen ‘we’ zo weinig. De hele club zou van van boven tot onder en van links naar rechts eens grondig moeten worden doorgelicht.

Is er een wel een onvoorwaardelijke topsportmentaliteit? Haalt iedereen binnen de club wel het beste uit zich naar boven en wat kan er worden gedaan om de enorme potentie die de club in Noord-Nederland heeft, optimaal te benutten?

Want met teveel vrijblijvenheid kom je tegenwoordig niet ver meer. Niet alleen de spelers en coaches moeten alles uit de kast halen om de top te bereiken, dat geldt ook voor de leiding, medewerkers, vrijwilligers en supporters.

Zelf zou ik graag zien dat er, om te beginnen, een retrohuisstijl wordt ingevoerd. Dus gebaseerd op het klassieke Donar. Dat begint bij het tenue: groene shirts en rode broeken (away precies andersom). Tegelijkertijd moet de hoofdsponsor vriendelijk worden verzocht mee te gaan in dit verhaal zodat de naam Donar ook officieel weer terugkeert. Niet professioneel, zou de sponsor zeggen? Als er goed wordt door gedacht, zeker wel. Immers, Donar verenigt krachten die er toe doen. Ter meerdere glorie van de sponsor(s). En dan hoeven we in de Volkskrant ook niet meer te lezen dat Groningen heeft gespeeld, maar Donar. In het verlengde hiervan moeten alle stromingen binnen, maar ook buiten de club weer socialiseren. Dat wil zeggen een minder stringente scheiding tussen upper- en lowerclass. Ik denk aan de gezellige foyer in de voormalige Evenementenhal, de perfecte ontmoetingsplaats na afloop voor spelers (ook die van de tegenpartij), supporters, sponsors, journalisten, scheidsrechters en wat dies meer zij. Een heerlijke melange van sportliefhebbers die niet alleen voor de wedstrijd komen, maar ook kunnen genieten van de derde helft. De businesslounge is best wel mooi te nomen, maar werkt averechts op het ‘gewone’ volk. Dat krijgt het idee dat ‘Donar’ vooral van de kanpitaalverstrekkers is. Natuurlijk, zij zijn onmisbaar maar dat betekent niet dat je je ‘geestelijke’ achterban, van wie er velen uit en thuis van de partij zijn, moet verwaarlozen.  Donar is van ‘ons allemaal’, althans behoort dat te zijn.

In het verlengde hiervan verdient het aanbeveling de communicatie met de achterban (aanmerkelijk) te verbeteren. Die is de laatste tijd ver onder de maat en dat werkt zeker geen synergie tussen de diverse geledingen. Tot voor kort weigerde de voorzitter (Van de Weijer in dit geval) zelfs de hoogte van de begroting niet prijs te geven. Iets dat in de professiolnele sport toch heel normaal is. Zelfs voetbalclubs geven die prijs. Dat soort informatie achterhouden getuigt van weinig respect voor je achterban. En ja, de club is toch echt niet van het bestuur, al doet dat z’n uiterste best om dat uit te dragen.

Ook richting pers is het een en al angsthazerij. Wat dat betreft zou Donar eens een voorbeeld moeten nemen aan het modale voetbalclub als de BV Veendam. Daar wordt zelfs de post spelerssalarissen (collectief) geopenbaard, zodat men weet waar het geld blijft. Dat schept duidelijk en, ook niet onbelangrijk, kweekt vertrouwen. Een kundige pr-man is derhalve geen overbodige luxe.

Ook het communiceren richting sponsors en businessclubleden behoeft verregaande verbetering, zoveel is mij wel duidelijk geworden aan de hand van diverse gesprekken met BCD-leden.

Ook zal er nou eens een topman moet worden aangesteld waar het gaat om het acquireren van nieuwe sponsorbronnen. Daar mag best een fikse post op de begroting voor worden vrijgemaakt. Zo’n investering zal dan zeker lonend zijn op de lange duur.

Tot slot kom ik nog even terug op de door Henk Kok vermeende frustratie bij mij. Dat hij die bij mij aantrof, klopt ook wel. Alleen gold mijn teleurstelling niet zo zeer Donar, als wel Het Noorden. Wij zijn al te vaal het lulletje rozewater van het land. Als we een keer het beste van het beste (publiek, ambiance, geld en hal) in huis hebben, moet je dat ook laten zien. Niet een keer, maar bij herhaling. Nu lacht basketballend Nederland ons weer heimelijk uit. Wordt er gezegd en gedacht: Die domme Groningers willen wel wat, maar ze kunnen het gewoon niet. Ik voel me verre van een achtergestelde noorderling, maar vind wel dat we onze kansen moeten grijpen als die er zijn. Ambitie, passie en wilskracht, dat zou ik in deze regio wat meer willen zien. En niet de berusting van Henk Kok, die het afserveren van Donar niets deed. Ik ga niet mee in die rolbevestigende berusting (Het Noorden moet zijn plaats kennen). Donar is een prachtig instrument waarmee je je als Stad en ommeland kunt profileren.

Waarom zouden we dat dan nalaten?

22 April 2007
By on 22:51
Capitals

Op het gevaar af dat Hanzevast Capitals toch nog kampioen van Nederland wordt, is het de hoogste tijd om enkele kritische noten te kraken over de Groninger basketbaltrots. Want hoe je het ook keert of wendt, dit seizoen is zwaar ondermaats voor een club met zo’n riante (althans voor Nederlandse begrippen) begroting.

Er wordt regelmatig verloren van clubs die zo’n miljoentje (of meer) minder te besteden hebben. Dan zit er structureel dus iets fout. Dan heb je je beschikbare budget voor spelers niet goed (wat heet!) benut en dat is voor professionele sport een doodzonde.

Zelden een ploeg gezien in Groningen die zo weinig vonken heeft doen overslaan op de geachte clientele dan dit ‘Donar’. Het scouten van het nieuwe team is op een faliekante mislukking uitgedraaid. Dat kan een keer gebeuren (wie zonder zonde is werpe de eerste steen), maar het is wel ernstig te noemen. Het vorige team, dat bijkans collectief de laan werd uitgestuurd, had met jongens als Reed, Kriisa, Suljanovic, Novak en zelfs Detrick aanzienlijk meer allure en uitstraling dan deze hakkenkrukkenploeg.   

O zeker, technische man Albert van der Ark is niet over een nacht ijs gegaan met zijn keuzes, die uiteindelijk door coach Boot zijn gefiatteerd. Van der Ark kreeg, zegt hij zelf, de complimenten van ‘het wereldje’ dat hij er in geslaagd was het beste van het beste uit de Nederlandse competitie 2005-2006 samen te brengen in Martiniplaza. Met zo’n team, zo dacht hij, gaat Capitals een serieuze poging doen de landstitel terug naar Groningen te halen. Op zich een logische gedachte, maar gelogenstraft door de realiteit. Het kan nog steeds, maar erg waarschijnlijk is dat niet.

Vooralsnog heeft Capitals teleurgesteld, bij vlagen zelfs diep teleurgesteld. Dank zij de ‘Amerikanen-regel’ bleek het voor de concurrentie mogelijk voor aanmerkelijk minder geld een nagenoeg gelijkwaardig selectie op het court te brengen. Van der Ark en Boot hebben ‘die markt’ laten liggen, kozen voor spelers die bekend waren. Een foutieve keuze, zo is inmiddels wel duidelijk geworden. Gegokt en verloren. Het wrange van dit verhaal is wel dat je het gevoel hebt dat er veel geld onnodig over de balk is gegooid. Want qua salarissen is het wel top in Groningen.

Daar komt nog bij dat de gehaalde spelers nimmer de indruk hebben kunnen wekken dat ze zich volledig overgeven aan de aanpak van coach Ton Boot. De chemie is eigenlijk nooit zichtbaar geweest. Het werken met zoveel Amerikanen moet hem flink zijn tegengevallen.

Ik heb vorig jaar al eens geschreven de kracht van Ton Boot de achilleshiel van Capitals is. Met andere woorden: de recht-door-zee-methode van Boot is bezig zijn houdbaarheidsdatum te overschrijden. Tijden veranderen nu eenmaal, ook al wil Boot daar niet aan toegeven, zoals hij deze week in Het Parool liet optekenen. Wellicht om daar eens goed over na te denken tijdens zijn nakende sabbatical. Daar komt trouwens ook nog eens bij dat Boot nauwelijks ruimte geeft aan spektakelspelers. Waarom van Woods een rebounder gemaakt in plaats van zijn sterke punt (scoren) proberen uit te bouwen?

Al met al begint Capitals steeds minder op Feyenoord te lijken. Een prachtig legioen (welke  voetbalclub krijgt 700 man bij de eerste training, alleen Feyenoord dus) , een grootse speelzaal (hoewel daar ook van alles is op aan te merken), een forse begroting, een hoofdsponsor die uitblinkt in trouw en ruimhartigheid en de topcoach van Nederland. Maar bij het verdelen van de prijzen (te) vaak structureel achter het net vissend. En als dat zelfs met de beste coach van datzelfde land niet wil lukken is een grondige zelfreflectie op zijn plaats. Waarom winnen wij als basketbalstad van Nederland toch zo weinig prijzen? Dat zou een afstudeerscriptie kunnen zijn. Anno 1972, de start van het professsionele Donar, vermelden de erelijst van Donar twee landstitels en een beker. Aan de vingers van een hand te tellen dus. 

Met de komst van Boot waren minimaal twee landstitels begroot. Het blijft wellicht bij eentje. Ook nog eens een titel die nooit verwacht had mogen worden. Want, zei Boot bij zijn aanstelling, in zo’n eerste jaar mag jer van mij geen kampioenschap verwachten. Het wonder gebeurde toch. Maar eenmaal beleidsmatig aan de slag, moesten Boot en Van der Ark steeds weer de eer aan andere clubs laten. Ik kan me voorstellen dat dat fristreert bij de trouwe aanhang. Ook al omdat het (weer voor Nederlandse begrippen) flink moet betalen om haar favoriete club aan het werk te zien. De seizoenkaarten zijn bijna honderd euro duurder dan een gemiddeld abonnement bij FC Groningen. Daar mag dan ook best wat meer succes tegenover staan. Zeker gezien de middelen die hier voorradig zijn.

Boot zegt dat hij niks te maken heeft met hoge verwachtingspatronen. Principieel heeft hij vanuit zijn visie misschien wel gelijk. Maar die andere, hierboven gememoreerde kant, vlak je daarmee niet ‘even’ uit. Het mag in het basketbalgekke Groningen qua titels best een onsje meer zijn.

Nou ja mogen? Het werkwoord moeten is hier beter op zijn plaats.

Opdat wij in de toekomst vaker voor Donar kunnen staan dan dit droevig stemmende seizoen.

15 April 2007
By on 22:50
Goggomospyker

Wanneer kunnen we de eerste kamervragen verwachten over de firma Spyker? Want ja, we kunnen het ons toch niet permitteren dat we Nederland, toch niet het minste land qua ontwikkeling, te grabbel gooien als natie die geen fatsoenlijke (race)auto kan produceren. De goggomobiel van de Formule 1.

Het was weer twee keer niks, paaszondag in de Grote Prijs van Maleisië. Binnen de kortste keren was het uit met oranjepret. Ook dat is tegenwoordig nieuws. Ik bedoel; vroeger moest je eerst iets werelds presteren voordat je naam in een nieuwsbulletin op de radio werd genoemd. Tegenwoordig hoef je slechts (klungelig, dat nog wel) uit te vallen. Terwijl de Grote Jongens nog volop streden voor de zege, kregen wij al om tien uur ’s morgens te horen dat het weer naadje was met Ons Spykerteam. Alsof dat nieuws is. Mijn verwachting was, en dan druk ik me voorzichtig uit, niet bijster hoog gespannen. Ik heb Spyker dan ook niet gespeeld in ons Formule 1‑spel. Weggegooid geld.

De Heren van Spyker hadden ons nog wel anders willen doen geloven. Enkele dagen voor de strijd in Sepang kwam Spyker namelijk met dit bericht: Spyker denkt concurrentie op de hielen te kunnen zitten. ’Ze’ hadden hun vehikel in een windtunnel gezet en dat leverde enkele nieuwe snufjes in de aerodynamica op. Bij McLaren en Ferrari werd gelijk groot alarm geslagen. De nervositeit droop er af in de pitsstraat van Sepang. Wat voerden die verdraaide Hollanders nu weer in hun schild?

Thuis achter de krant beoordeelde ik deze opwindend gebrachte melding op mijn eigen merites: ’t zal wel. Ik ga af op mijn wetenschap dat Nederland als autoland hé‑le‑maal niets voorstelt. We kunnen, weet ik uit eigen ervaring (van heel lang geleden), nog geen fatsoenlijke trapauto maken. Tsjonge, tsjonge… wat reed dat ding zwaar! Om van het sturen maar te zwijgen.

Later probeerden we de wereld op te schepen met een DAFje omdat we zelf niet konden rijden. Dus introduceerden we de automaat, door meneer Van Doorne gebracht als het pientere pookje. Dat draaide dus uit op: Dag DAF! En nu dus Spyker, een speeltje van een overjarige dandy, Victor Muller genaamd. De Marcel Zwarts van de autoracerij. Bouwer vooral van luchtkastelen. Hoewel hij nog geen honderd (exclusieve) auto’s per jaar schijnt te maken, kan hij Ernst & Young geen exacte opgave doen van de jaarcijfers.

Maar wel de gebraden haan uithangen in de glamourwereld die Formule 1 heet. Zij lijfspreuk: Nulla tenaci invia est via, latijns voor ’voor volhouders is geen weg onbegaanbaar’.

Mag ik even vrezen?

 

10 April 2007
By on 12:46
De Langeleegte

Vraag een onwillekeurig iemand in Schin op Geul de weg naar de Langeleegte en het antwoord zal waarschijnlijk luiden: ’Ach wel meneerke, dan modde ge hier niet wezen, da’s helemaol in Veendam. Goede reis verder.”

Vraag een profvoetballer wat hij het meest vreest en negen van de tien keer zal hij zeggen: spelen op De Langeleegte!

Vraag het vaderlandse sportvolk een top‑5 van meest bekende voetbalstadions in den lande samen te stellen en zeker 70% van de ondervraagden zal op dit lijstje De Langeleegte invullen.

Wat wil een naar exposure snakkende voetbalclub nog meer met zo’n A‑merk?¶

Geloof het of niet, verhuizen. BV Veendam heeft het – na honderd jaar -  wel gezien op de Langeleegte. Er zit daar, zoals dat heet, geen toekomst meer in. De club gaat nog liever ergens in een troosteloze industriehoek bij Zuidbroek een balletje trappen dan in de meest huiveringwekkende arena van Nederland te blijven.

Het is hetzelfde als de organisatie van Parijs‑Roubaix de eindstreep niet meer zal trekken op het aftandse wielerbaantje in ’De Hel’ maar op een eigentijdse, glad gelikte promenade in een buitenwijk van het opgeknapte Lille. Of dat de Engelse Boatrace tussen Oxford en Cambridge niet meer op de Theems in Londen maar op de Tyne in Newcastle zou worden verroeid. Ander voorbeeld: Kunt u zich voorstellen dat de Nijmeegse Vierdaagse de klassieke Annastraat als finishlocatie verruilt voor de Dorpsstraat in Wychen.

Nee dus. Ondenkbaar!

Zo niet in Veendam. In de Parkstad van de Veenkoloniën hebben de voetbalbestuurders zich het hoofd op hol laten brengen door enkele met bankbiljetten zwaaiende projectontwikkelaars die, na dik 50 jaar, het ei van Columbus hebben gevonden en definitief een einde gaan maken aan het uitzichtloos lijkende getob van de geelzwarte bvo. Ik ben benieuwd wie deze weldoeners zijn. Vooralsnog wensen deze heren (misschien zit er een ook een verdwaalde dame tussen) zich nog ’even’ in anonimiteit te verhullen. Wat mij betreft mogen ze daar rustig blijven, tot in lengte van jaren zelfs. Ik heb trouwens ook goede hoop in deze. Al weer heel wat jaartjes geleden was er een ook plan om Veendam van de Langeleegte te verdrijven. Het nieuwe onderkomen zou Buitenwoel komen te heten. Zo noem je een speeltuin, geen voetbalstadion. Nooit meer iets van gehoord gelukkig.

De Langeleegte for ever!!!

4 April 2007
By on 12:55
Partij voor de Sport

De (provinciale) verkiezingen zijn voorbij, de zetels verdeeld. Toch wil ik er nog even op terugkomen en dan met name op die van Groningen. Aan de vooravond van onze gang naar de stembus mochten alle lijsttrekkers op de buis van RTV Noord nog even hun zegje doen over hun (altijd weer veelbelovende) programma’s.

Er werd bij deze gelegenheid zelfs een hoofdstuk ingeruimd over sport. Met dank aan Mischa van den Berg en Edwin Pasveer, de presentatoren van deze politieke sessie. En ja hoor, de heren (en een dame) hadden ook oog voor sport. Voor, u raadt het al, de breedtesport. Daar kun je je als politicus geen buil aan vallen. Poltieke correctheid, heet zoiets. Concrete dingen werden er echter niet opgevoerd (wellicht bij gebrek aan kennis van zaken). Maar ach, er mag best meer bewogen worden. Klassiek Paasheuvel-geleuter uit vervlogen tijden. Een beetje sport mag, als het maar niet te gek wordt.

Wat is te gek in dit geval? Topsport dus. Daar mag geen cent heen van de politieke leiders in Ommeland (Trouwens, in de stad wordt net gedacht). Alsof topsport iets mensonterends is. Plat gedoe voor het plebs. Maar wel weten deze dame en heren de podia te vinden als er succesvolle sporter in het zonnetje wordt gezet. Jammer dat de beide presentatoren hen deze hypocrisie niet even in wreven.

En ook jammer was het dat Van den Berg en Pasveer deze politieke hotshots niet de vraag stelden waarom topsport eigenlijk niet op hun financiele steun kan rekenen? Topsport draagt bij aan een dynamisch en wervend klimaat voor stad en provincie, zo hebben marketeers bij herhaling vastgesteld. Waar heeft Veendam zijn bekendheid aan te danken? Niet aan het Veenkoloniaal musuem. Nee, aan de Langeleegte. Vraag in Terneuzen een willekeurig iemand waar hij/zij de Langeleegte kan vinden en je krijgt als antwoord: Dan moet u in Veendam zijn. Succes in de topsport appelleert ook aan de trots van de burger. Draagt bij aan een goede stemming en in het verlengde daarvan aan optimale arbeidsethos.

Waarom wil de politiek altijd wel meebetalen aan professionele topcultuur en niet aan professionele topsport?  Dat verschil zie ik in elk geval niet. FC Groningen en ‘Donar’ (nu even Capitals) zijn toch ook een vorm van cultuur? Waarom wel meebetalen aan het instandhouden van het Noord Nederlands Orkest (beroepsmusici toch) en niet aan FC Groningen. En zo zijn er nog tientallen voorbeelden te noemen.

Kortom, waarom wordt er – als sport en cultuur in het geding zijn – sinds mensenheugenis altijd met twee verschillende maten gemeten? Omdat cultuur ‘eigendom’ is van de intellectuele elite die ons pleegt te besturen? Als dat zo is, wordt het tijd dat het sportvolk eens op de barricades gaat staan.

Capitals-coach Ton Boot wil wel. Hij ziet heil in de oprichting van een heuse sportpartij, met Johan Cruijff als eerste lijsttrekker. Heb je een potentieel van 12.000.000 mensen, aldus Boot. Interessante gedachte. 

11 March 2007
By on 23:44
euroborg al weer te klein

De Euroborg is dus al weer (veel) te klein. Er moet vertimmerd worden aan het stadion en niet zo zuinig ook. Directeur Nijland van FC Groningen gaat voor een verdubbeling van de huidige capaciteit, oftewel een stadion voor 40.000 m/v. Alleen dan kan FC Groningen op lange termijn meedoen in de vaart der voetbalvolkeren.

Er zijn uiteraard al weer heel wat mensen die hun wenkbrauwen hebben gefronst. Blaast die Nijland niet te hoog van de toren? En wat als FC Groningen onverhoopt ooit nog eens mocht degraderen? Dat soort bedenkingen. Typisch noordelijk. Kneuterig ook. Vooral bescheiden blijven, de kerk in het midden laten staan en vooral niet te veel ambities uitstralen. Gelukkig waren er ook genoeg positieve reacties. Van mensen die een warm en opwindend gevoel krijgen bij dergelijke plannen.

Feit is dat de Euroborg met weinig sportvisie tot stand is gekomen. Wat vooral telde bij dit stadion was het culturele aspect, een mooi gebouw (nou ja, alleen van binnen dan) onder architectuur.  Want Groningen is toch bovenal een stad waar de C van Cultuur het hoogst in het vaandel staat. Sport is hier niet, zoals in de rest van de wereld wel het geval is, de belangrijkste bijzaak van het leven. Althans niet bij de dames en heren politici die het hier sinds jaar en dag het voor het zeggen hebben.

Ja, en dan kan het gebeuren dat zo’n voetbalstadion al na een jaar veel te klein blijkt. Wie zijn ogen een beetje de kost had gegeven de afgelopen tien jaar, had kunnen, nee moeten weten dat nieuwe stadions een booming effect hebben gehad op de toeschouwersaantallen. Zie Vitesse, dat op Monninkehuizen al blij was als 7000 man op kwam dagen. Kijk ook naar Ajax. In De Meer een maannetje of 15.000, in de Arena een dikke 40.000. Dichter bij huis is Heerenveen een mooi voorbeeld. Het nieuwe stadion was er eerst voor 14.000 toeschouwers en elke wedstrijd zat het vol. Toen konden er 19.000 in en was het weer uitverkocht. Momenteel is de capaciteit 26.000 en geloof het of niet, alle kaarten vlogen andermaal weg. Heerenveen gaat nu richting de 30.000.

Als een dorp als Heerenveen al goed is voor een potentieel van 30.000 vaste bezoekers moeten die aantallen in Groningen (vijf keer zo groot en bovendien een dichter bevolkt achterland met plaatsen als Assen, Leek, Roden, Winsum, Appingedam, Delfzijl,  Winschoten en noem maar op toch ook mogelijk zijn. Daar is dus niet op geanticipeerd met de wijze van bouwen. In plaats van bouwen onder architectuur ware het beter geweest als er een stadion was neergezet volgens de Lego-methode. Met andere woorden, een stadion dat gemakkelijk uit te breiden is. Dan was het probleem dat zich nu openbaart veel gemakkelijker op te lossen.

Dat is dus een kwestie van visie. Maar als het over sport gaat in de stad Groningen, is het woord visie nooit aan de orde. Met als gevolg dat we hiet zitten opgescheept met halfgebakken c.q. net-niet-accommodaties, zoals daar ook zijn de schaatsbaan van Kardinge (niet geschikt voor topevenementen)m, de ijshockeypiste op hetzelfde complex, terwijl de voetbalvelden van Kardinge planologiosch zo slecht zijn neergelegd dat men dit complex het Siberie van de noordelijke voetbalerij wordt genoemd. Nou, en verder wordt in de stad met zijn vele florerende zaalsporten (basketbal, ijshockey, volleybal en korfbal) nog altijd met smart gewacht op een serieus sportpaleis. Martiniplaza is op zich wel aardig, maar de beschikbaarheid en de torenhoge huurprijs werken afstotend. Alleen Capitals kan de huur betalen, maar ondanks die huur kan de club er lang niet terecht wanneer dat nodig is. De topsporthal van Martiniplaza mag dat predikaat amper nog dragen, want er wordt op jaarbasis alleen nog maar gebasketbald. En verder ontbeert de stad ook een fatsoenlijk (50 meter) zwemcentrum. En nu kan ook de Euroborg gevoegelijk in dat rijtje worden bijgezet.

Kortom, het wordt tijd dat in Groningen-stad eens goed over sportzaken wordt nagedacht en dat de politiek de sport eens die plaats geeft die het hier verdient. Moge dat de winst zijn van de  peperdure rekening die de Euroborg – op termijn – te wachten staat.

   

18 February 2007
By on 23:45